Sinds 7 oktober jl. is het mogelijk om de aanvraag tot vaststelling voor NOW 1 in te dienen. Het UWV heeft hiervoor een stappenplan opgesteld. Wij maken u graag attent op een aantal aandachtspunten.
Onderdeel van groep of concern
Na het invullen van een aantal gegevens over uw onderneming volgt de vraag of uw bedrijf onderdeel is van een groep of concern. Voor de NOW 1-regeling is het begrip ‘groep’ breder dan voor de verslaggevingsregels die gelden voor het opstellen van een (geconsolideerde) jaarrekening. Voor de verslaggevingsregels volgt de definitie van een groep uit art. 2:24b BW: Een groep is een economische eenheid waarin rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch zijn verbonden. Daarnaast worden voor de NOW 1-regeling moeder-dochterrelaties onder het groepsbegrip geschaard. Er is een moeder-dochterrelatie als:
een aandeelhouder (rechtspersoon) meer dan de helft van de stemrechten in de algemene vergadering kan uitoefenen; of een aandeelhouder (rechtspersoon) meer dan de helft van de bestuurders of van de commissarissen kan benoemen of ontslaan.Omzetverlies – op welk niveau bepalen
Als uw onderneming geen onderdeel is van een groep of concern, wordt het omzetverlies bepaald voor uw onderneming. Als uw onderneming wel onderdeel is van een groep of concern, is de vraag of de groep als geheel een omzetdaling van 20% of meer heeft. In dat geval wordt het omzetverlies bepaald op het niveau van de groep. Voor elke werkgever in de groep met een NOW-aanvraag moet hetzelfde percentage omzetverlies worden aangegeven. Ook de periode waarover NOW is aangevraagd, moet voor elke werkgever in de groep hetzelfde zijn. Is de omzetdaling van de groep minder dan 20%, dan moet de aanvraag op werkmaatschappijniveau worden gedaan. De omzetdaling wordt dan alleen voor uw onderneming bepaald. Het is niet toegestaan om een aanvraag op werkmaatschappijniveau te doen als de groep een omzetdaling van 20% of meer heeft. Het niveau waarop het omzetverlies wordt bepaald is dus geen keuze.
Hieronder een voorbeeld:
Een moedermaatschappij, die zelfstandig geen omzet realiseert, heeft twee dochtermaatschappijen die in 2019 dezelfde omzet hebben gerealiseerd. Dochtermaatschappij A heeft een omzetdaling van 70% en dochtermaatschappij B heeft een omzetdaling van 30%. Op concernniveau is de omzetdaling 50%. Zowel A als B geeft een omzetverlies van 50% op in de aanvraag tot vaststelling. Een moedermaatschappij, die zelfstandig geen omzet realiseert, heeft twee dochtermaatschappijen die in 2019 dezelfde omzet hebben gerealiseerd. Dochtermaatschappij A heeft een omzetdaling van 30% en dochtermaatschappij B heeft een omzetdaling van 10%. Op concernniveau is de omzetdaling 15%. Dochtermaatschappij A doet een aanvraag op werkmaatschappijniveau en geeft een omzetverlies van 30% op. B heeft geen recht op NOW-tegemoetkoming.Welke controle is nodig?
De omvang van de tegemoetkoming en het voorschot bepalen welk type verklaring bij de aanvraag tot vaststelling nodig is. Ook hiervoor wordt gekeken naar de bedragen van de hele groep. Voor elke aanvraag binnen de groep is hetzelfde type verklaring vereist. Bij een aanvraag op werkmaatschappijniveau is, ongeacht de bedragen, een assurance-opdracht met een redelijke mate van zekerheid verplicht. Daarnaast zijn er bij een aanvraag op werkmaatschappijniveau aanvullende voorwaarden voor het verkrijgen van de tegemoetkoming van toepassing.
17 november 2020
Geplaatst in:
Nieuws