Al diverse jaren lopen procedures tegen de box 3-heffing in aanslagen inkomstenbelasting. Dat heeft te maken met de zeer lage rentestand. De fiscus ging tot en met 2016 uit van een “forfaitair rendement” van 4%. Het belastingtarief van 30% daarover betekende een box 3-heffing van 1,2%. Dat leidde tot een negatief rendement op spaargeld!
Beslissing Hoge Raad
In 2015 oordeelde de Hoge Raad dat de box 3-heffing (of: vermogensrendementsheffing) in strijd zou kunnen komen met het Europese recht (eerbiediging van het eigendomsrecht). Dat is het geval indien de heffing een individuele en buitensporige last vormt doordat de feitelijke heffing (veel) meer bedraagt dan het feitelijk behaalde rendement. De Hoge Raad vond dat in het arrest van 2015 echter nog niet het geval. Rechtbanken en gerechtshoven hebben in diverse latere procedures eveneens de heffing in stand gelaten.
Rechtspraak vanaf 2017
Pas dit jaar heeft de Hoge Raad in een zeer bijzondere situatie in 2013 (met onteigend en dus verloren gegaan vermogen) geoordeeld dat er een individuele en buitensporige last was die hersteld moest worden door de fiscus. In de meeste andere uitspraken is echter geoordeeld dat de wetgever de tijd moest krijgen om de wet aan te passen. In een recente uitspraak stelde een rechter dat de heffing weliswaar heel fors is, maar geen individuele en buitensporige last omdat de belastingplichtige genoeg inkomen en/of vermogen had om de heffing te betalen.
Wetswijziging sinds 2017
De wetgever heeft voor de zekerheid per 2017 de box 3-heffing aangepast. Sindsdien geldt geen vast forfaitair rendement van 4%, maar een forfaitair rendement dat afhankelijk is van de hoogte van het vermogen. Voor de inkomstenbelasting 2017 geldt bij een belast box 3-vermogen tot €75.000 per persoon (dat is het vermogen na aftrek van de vrijstelling van € 25.000 per persoon) een forfaitair rendement van 2,87%. Dat betekent bij het ongewijzigde tarief van 30% een box 3-heffing van 0,86%. Voor hogere belaste vermogens per 1 januari 2017 gelden hogere tarieven: 1,38% tot € 975.000 en over het meerdere 1,62%.
Hiermee verwacht de wetgever negatieve uitkomsten van procedures te voorkomen. In het Regeerakkoord is opgenomen dat gekeken gaat worden naar een toekomstige nieuwe regeling die beter aansluit bij werkelijk behaalde rendementen.
Bezwaar maken tegen aanslagen 2017?
Wij verwachten dat procedures tegen aanslagen inkomstenbelasting 2017 weinig kans van slagen hebben. Er zullen waarschijnlijk zeer bijzondere omstandigheden in een individuele situatie moeten zijn waardoor de box 3-heffing in die aanslag 2017 een onredelijk hoog deel van het inkomen of vermogen wegneemt. Wie hogere verwachtingen heeft en bezwaar wil maken, moet dat doen binnen 6 weken na dagtekening van de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2017 (of vóór 15 juli 2018 indien die definitieve aanslag 2017 al vóór 31 mei 2018 is ontvangen).
27 juni 2018
Geplaatst in:
Nieuws