Ondernemers die voorbelasting op aanschaf en kosten van een auto van de zaak verrekenen, moeten jaarlijks een BTW-correctie wegens privégebruik aangeven. Sinds een wetswijziging per 1 juli 2011 wordt voor die BTW-correctie meestal een forfaitaire berekening van 2,7% van de cataloguswaarde van de auto gehanteerd. Dat eenvoudige forfait is toegestaan om te voorkomen dat iedere ondernemer de BTW over het werkelijke privégebruik zou moeten aantonen.

Na die wetswijziging zijn een paar miljoen bezwaarschriften ingediend tegen de BTW-correctie. De belastingdienst heeft die bezwaren aangewezen als “massaal bezwaar”. Daardoor waren niet ieder jaar nieuwe bezwaarschriften nodig. Het was vervolgens wachten op de uitkomst van vier proefprocedures. Onlangs is eindelijk duidelijkheid gekomen.

Arresten Hoge Raad

Na bijna zes jaar heeft de Hoge Raad de meeste bezwaarpunten afgewezen. Slechts op één punt heeft de Hoge Raad een lagere correctie mogelijk gemaakt. Dat is de situatie waarin aannemelijk gemaakt kan worden dat het werkelijke privégebruik lager is dan het forfait. Nieuw is daarbij dat de Hoge Raad stelt dat het lagere werkelijke privégebruik niet per se met een kilometeradministratie aangetoond hoeft te worden, maar dat ook andere gegevens zoals bijvoorbeeld statistische gegevens gebruikt kunnen worden.

Alsnog aantonen werkelijk privégebruik

Vervolgens heeft de belastingdienst via één collectieve uitspraak alle bezwaarschriften afgewezen, behalve op dat punt van het aannemelijk maken van het werkelijke privégebruik. De belastingdienst biedt ondernemers de gelegenheid hun bezwaarschrift op dat punt nader te onderbouwen. Uiterlijk op 15 juli 2017 moet die nadere onderbouwing met bewijsstukken van het werkelijke privégebruik per auto ontvangen zijn door de belastingdienst te Heerlen. Daarbij moet een op de site van de belastingdienst gepubliceerd formulier gebruikt worden.

Aanvullen bezwaar niet zinvol?

In verreweg de meeste gevallen zullen ondernemers hun bezwaar niet aanvullen. Het uitzoeken en onderbouwen van het werkelijke privégebruik per auto sinds 2011 zal immers meestal meer kosten dan de eventuele BTW-teruggaaf oplevert. Daarbij speelt ook een rol dat de belastingdienst geen vergoeding geeft voor de bezwaarkosten.

De verwachting is daarom dat alleen ondernemers met een groot aantal auto’s hun bezwaar gaan onderbouwen indien zij aannemelijk kunnen maken dat de auto’s vooral zakelijk worden gebruikt door personeelsleden en het werkelijke privégebruik daarom lager is dan het forfait.

drs. Wim de Kok

12 juli 2017