Esther Walraven, over zaken doen met het Caribisch gebied

Esther Walraven, over zaken doen met het Caribisch gebied

- Nieuws - Klant in beeld

Dat Esther Walraven zou toetreden tot het bedrijf van haar vader lag niet in de lijn der verwachting. “Hij heeft me nooit gepusht,” zegt ze. Maar toen hij haar kort na haar afstuderen vroeg mee te helpen op een vakbeurs op Curaçao, was ze verkocht. “De branche, de mensen, het eiland. Het sprak me ontzettend aan.”

Haar vader koestert een diepe liefde voor transport over zee. “Zo sterk heb ik het zelf nooit gevoeld,” geeft Esther toe, “maar als enig kind kreeg ik het gaandeweg wel mee. De rederij verzorgde vervoer over de hele wereld. Een belangrijk deel bestond uit een rijstcontract met Suriname. De schepen voeren leeg heen om met rijst terug te keren. Rond 1981 liet mijn vader onderzoeken of er behoefte bestond aan het vervoer van Europese lading richting het Caribisch gebied. Die behoefte bleek zo groot dat mijn vader uiteindelijk de keuze maakte om de schepen te verkopen en zich volledig toe te leggen op de logistieke dienstverlening tussen Europa en het Caribisch gebied.”

People business

Met de bul voor Economie op zak deed zich voor Esther een unieke kans voor. “Op de eilanden werken we met lokale agentschappen. Het agentschap op Curaçao was in handen van een jong echtpaar waarvan geheel onverwacht de man overleed. Dat had zijn weerslag op de zaken. De vrouw stond er alleen voor, moest de dood van haar man verwerken… Ze vroeg of wij het kantoor van haar over wilde nemen. Ik werkte net twee jaar in de zaak, maar zag gelijk de uitdaging.” Ze verbleef er vijf jaar en leerde alle ins en outs van het zaken doen met de Caraïben. “Het is daar een people business. Dat betekent: interesse tonen. Vriendschap gaat voor het zaken doen. Uit een goede persoonlijke verstandhouding komen de zaken voort. Ze bellen graag, waarin ze eerst van alles en nog wat vertellen voordat ze to-the-point komen.”

Europese producten

GLE Maritime vervoert alles wat je kunt beden­ken. Hoofdzakelijk bouw­materialen, maar ook voedingsmiddelen en bijvoorbeeld persoonlijke goederen bij een verhuizing. Het kan gaan om één doos of om een hele container. “Euro­pese producten hebben een goede naam op de eilanden,” vertelt Esther. “Ze worden als kwalitatief beter beoor­deeld dan Amerikaanse, terwijl de VS geo­grafisch dichterbij liggen.’ Voor ondernemers die ook de over­steek willen maken ziet Esther volop kansen. ‘Toerisme is een belangrijke bedrijfstak, maar ook de kenniseconomie groeit. Iemand die een probleem heeft goede it’ers te vinden zou eens aan Caribisch Nederland kunnen denken. Instanties als de Kamer van Koophandel en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland geven regelmatig voorlichting over de mogelijkheden.’

Ook al praat Esther gloedvol over de eilanden, een eigen terugkeer zit er voor haar niet in. “Ik kom er nog twee keer per jaar voor overleg met de agentschappen bijvoorbeeld, maar qua wonen is het voorlopig Nederland. De leiding van het bedrijf zit hier en inmiddels ben ik voor 90 procent eigenaar. De overdracht van de laatste 10 procent zal eerdaags plaatsvinden. Een jaar of acht geleden hebben we de overdracht ingezet. Mijn vader heeft altijd vertrouwen gehad in mijn capaciteiten, maar wilde wel eerst aftasten of ik het interessant vond en of ik de verantwoordelijkheid van het bedrijf wel wilde dragen. Ik kan alleen maar zeggen dat ik het ontzettend naar mijn zin heb. Ik hou van de helderheid, het recht voor z’n raap van de mannen­wereld. Misschien is mijn manier van leidinggeven anders, iets persoonlijker wellicht, maar ik blijf toch een kind van mijn vader en zal ongetwijfeld een aantal van zijn eigenschappen hebben overgenomen.”

“Lansigt heeft ons goed ondersteund bij de overdracht. Ze beschikken over veel kennis rondom overdracht binnen de eigen familie en wezen ons bijvoorbeeld op interessante regelingen. Mede met hun steun ontwikkelden we een plan voor een overname in vier fases: eerst de helft van de aandelen, vervolgens driekwart, dan 90 procent en uiteindelijk het geheel. Dat laatste gaat eerdaags gebeuren.”

Lees het interview in de Sigt