Op vrijdag 16 januari 2026 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de Belastingdienst een te hoge belastingrente hanteert voor aanslagen vennootschapsbelasting vanaf 2022. Helaas geldt dat niet voor andere belastingen. In dit artikel lichten we het arrest en de gevolgen voor B.V.’s toe.
Belastingrente
Belastingrente wordt door de Belastingdienst in rekening gebracht op belastingaanslagen indien een aangifte later is ingediend dan de normale indieningstermijn en uit de aanslag een nog te betalen bedrag volgt. Andersom geldt dat helaas niet: de Belastingdienst hoeft vanwege de vastgestelde regelgeving zelden belastingrente te vergoeden. Aanslagen vennootschapsbelasting met een nog te betalen bedrag vanwege een te lage eerdere voorlopige aanslag komen vaak voor.
Extra hoge belastingrente vennootschapsbelasting
Voor de vennootschapsbelasting (Vpb) wordt er al diverse jaren een hoger percentage belastingrente berekend dan voor de overige belastingen, zie de volgende tabel:
| Periode | Vpb | Overige bel. |
| 1-1-2022 t/m. 30-06-2023 | 8% | 4% |
| 1-7-2023 t/m 31-12-2023 | 8% | 6% |
| 1-1-2024 t/m 31-12-2024 | 10% | 7.5% |
| 1-1-2025 t/m 31-12-2025 | 9% | 6.5% |
| Vanaf 1-1-2026 | 7,5% | 5% |
Hoge Raad: extra hoge rente Vpb mag niet!
Op 16 januari 2026 heeft de Hoge Raad geconcludeerd dat de hogere belastingrente voor de Vpb in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel, omdat er geen goede rechtvaardiging is om bij de Vpb een hogere rente te berekenen dan bij de overige belastingen. Uit het oordeel van de Hoge Raad volgt op basis van de regels die t/m 2023 gelden dat de belastingrente voor de Vpb moet worden vastgesteld op hetzelfde percentage als voor de overige belastingen geldt.
Vanaf 2024 zijn de regels voor he bepalen van de belastingrente gewijzigd en zijn de verschillen tussen de belastingrente voor de Vpb en de overige belastingen kleiner geworden, maar nog steeds is de belastingrente voor de Vpb hoger. Het arrest van de Hoge Raad ging over de periode t/m 2023. Er wordt van uitgegaan dat ook het renteverschil voor de jaren vanaf 2024 moet worden terugbetaald, maar denkbaar is nog dat de Belastingdienst daarover een aanvullende proefprocedure gaat voeren. Dat moet binnenkort blijken uit de reactie van de Belastingdienst op het arrest.
Belastingrente overige belastingen ongewijzigd
In het belang van de vele andere procedures over belastingrente voor overige belastingen, heeft de Hoge Raad geoordeeld dat die rente niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel of het verbod van discriminatie in artikel 1 van de Grondwet en in internationale verdragen, waaronder het Europese Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM). De belastingrente voor de overige belastingen hoeft dus niet aangepast te worden. De vele ingediende bezwaren tegen belastingrente op aanslagen inkomstenbelasting zullen dus afgewezen worden.
Gevolgen
Eerst moet de Belastingdienst binnen 6 weken na het arrest van 16 januari een gezamenlijke collectieve uitspraak doen en publiceren aangezien de bijna 30.000 ingediende bezwaarschriften zijn aangewezen als “massaal bezwaar”.
Na die collectieve uitspraak hebben de belastinginspecteurs zes maanden de tijd om alle individuele aanslagen Vpb te verminderen overeenkomstig de collectieve uitspraak. Te verwachten valt dat de Belastingdienst binnenkort bekend zal maken hoe het arrest van de Hoge Raad in de praktijk verwerkt gaat worden.
Op basis van wat nu bekend is zijn de volgende situaties aan de orde:
- B.V.’s door of namens wie bezwaar is gemaakt tegen de belastingrente op een aanslag Vpb, zullen een uitspraak op het bezwaar ontvangen waarbij de Belastingdienst aan het bezwaar zal tegemoetkomen en de te veel betaalde belastingrente zal terugbetalen.
- B.V.’s die een definitieve aanslag Vpb met te betalen belastingrente hebben ontvangen met dagtekening 5 december 2025 of later, zullen vermoedelijk ook een vermindering van de aanslag krijgen. Helemaal zeker is dat op dit moment nog niet, zodat voor de zekerheid bij een relevant rentebedrag tijdig bezwaar kan worden gemaakt.
- B.V’s die in het verleden een voorlopige aanslag Vpb mét belastingrente hebben ontvangen en onlangs een definitieve aanslag met een laag bedrag of nihil, kunnen binnen de bezwaartermijn (van 6 weken) van de definitieve aanslag om vermindering verzoeken van de belastingrente op die eerdere voorlopige aanslag.
Normaliter geldt dat nieuwe rechtspraak geen gevolgen heeft voor aanslagen waarvan de bezwaartermijn al is verstreken en waartegen geen bezwaar is gemaakt. Te verwachten valt dat hierop geen uitzondering gemaakt zal worden gezien de actuele financiële en politieke situatie en de geschatte schade voor de Staatskas van € 1,3 miljard als gevolg van dit arrest van de Hoge Raad.
Met uw belastingadviseur kunt u de mogelijke acties bespreken die in uw eigen situatie van belang zijn.
28 januari 2026
Geplaatst in:
Blogs