Een veel gehanteerde vuistregel is dat bij een winst vanaf € 150.000 in een eenmanszaak een B.V. aantrekkelijker is. Uiteraard is het niet zo eenvoudig. Per situatie hangt het onder andere af van de aard van de onderneming en overige inkomsten en aftrekposten. Diverse recente en aanstaande fiscale wetswijzigingen spelen daarbij een rol. Fiscale argumenten hoeven niet de doorslag te geven. Vaak is een B.V. vooral wenselijk vanwege niet-fiscale redenen en zijn de fiscale voordelen mooi meegenomen. Hier beperk ik me vooral tot fiscale aandachtspunten.
Tariefvoordeel B.V.
De vennootschapsbelasting over winsten van een B.V. is al diverse jaren aan het dalen. In 2020 is het tarief 16,5% over de eerste € 200.000 winst (daarboven 25%) en dat laagste tarief wordt vanaf 2021 15%. Zodra de nettowinst naar privé gaat via dividend is daarover wel inkomstenbelasting verschuldigd (26,25% in 2020 en 26,9% vanaf 2021). De gecombineerde totale belastingdruk is dan 37,86% vanaf 2021. Door dividend en dus de belasting daarover echter uit te stellen blijft er meer geld beschikbaar binnen de onderneming voor bijvoorbeeld investeringen.
Voor een eenmanszaak geldt dat het tarief van de inkomstenbelasting weliswaar iets daalt (het toptarief is 49,50 % vanaf dit jaar), maar dat het tarief waartegen aftrekposten berekend worden jaarlijks snel aan het dalen is naar 37,10% vanaf 2023. De totale belastingdruk over winst in een eenmanszaak in de hoogste inkomensschijf is dit jaar daardoor 43,06% en dat zal de komende jaren nog iets hoger worden. Bovendien gaat de zelfstandigenaftrek voor ondernemers in de inkomstenbelasting beperkt worden.
Nadelen B.V.
Een belangrijke nadeel van de B.V. is de fiscale verplichting dat een dga van zijn B.V. een “gebruikelijk loon” moet ontvangen. Dat moet normaliter minimaal € 46.000 zijn (in 2020), maar afhankelijk van het werk kan het ook veel hoger zijn. Hoe hoger dat salaris moet zijn, des te minder winst blijft er over in de B.V. en des te minder valt van het eerder genoemde tariefvoordeel en uitstel van belastingheffing te profiteren. Dat geldt ook indien een hoog salaris nodig is vanwege een hoog uitgavenpatroon.
Een ander nadeel is dat een B.V. alleen maar mag afschrijven op vastgoed indien de bodemwaarde van 100% van de WOZ-waarde nog niet bereikt is.
Tot enkele jaren geleden was een voordeel van de B.V. dat pensioen in eigen beheer kon worden opgebouwd. Die mogelijkheid is echter geschrapt, terwijl voor een ondernemer in de inkomstenbelasting nog wel de fiscale oudedagsreserve mogelijk is.
Een belangrijk niet-fiscaal nadeel is dat een B.V. jaarlijks cijfers moet publiceren bij de Kamer van Koophandel. Die cijfers kunnen door iedereen, dus ook bijvoorbeeld door concurrenten opgevraagd of ingezien worden.
Actie en meer informatie
Oprichten van een B.V. kan snel en zelfs nog met fiscaal terugwerkende kracht naar 1 januari 2020 geregeld worden indien vóór 1 april 2020 is opgericht of een intentieverklaring is vastgelegd (bij de methode van zogenaamde ruisende inbreng) of vóór 1 oktober 2020 (bij de zogenaamde geruisloze inbreng). Er is dus nog even tijd om bijvoorbeeld op basis van de cijfers 2019 te beoordelen of inbreng in een B.V. aantrekkelijk is en hoe dat het beste kan plaatsvinden. Uw relatiebeheerder of fiscalist kan dat nader beoordelen en begeleiden.
26 februari 2020
Geplaatst in:
Nieuws