Blog 5 minuten leestijd

Box 3 na Prinsjesdag 2026: wat verandert er in 2027 en 2028?

Belastingadvies

Wim De Kok

Na maanden van politieke discussie bleek kort voor Prinsjesdag al dat er nog geen concrete wetswijziging voor box 3 komt. In 2027 verandert er vrijwel niets. Wel stuurden de minister en de staatssecretaris van Financiën, los van het Belastingpakket, een brief over de toekomst van box 3. In dit artikel lees je de stand van zaken, de mogelijke ontwikkelingen vanaf 2028 en praktische eindejaarstips.

Hersteloperatie box 3 veel goedkoper dan verwacht

De Belastingdienst is nog bezig met het opleggen van definitieve aanslagen inkomstenbelasting over oude jaren, vooral vanaf 2020. Ook verwerkt de Belastingdienst bijna 900.000 ingediende formulieren Opgaaf werkelijk rendement (OWR). Daarmee vragen belastingplichtigen om een lagere box 3-heffing op basis van hun werkelijke rendement.

De schade voor de schatkist lijkt miljarden lager uit te vallen dan het ministerie van Financiën had geraamd. Adviseurs vonden die schattingen overigens altijd al veel te hoog. Hoe groot de meevaller precies is, wordt pas over enkele jaren duidelijk. Over de besteding ervan zijn weer politieke discussies te verwachten.

Box 3 in 2027: nauwelijks wijzigingen

In 2027 blijft het huidige box 3-stelsel gelden. Zoals gebruikelijk worden de forfaitaire rendementspercentages voor spaargeld, overige bezittingen en schulden opnieuw vastgesteld. De belangrijkste cijfers voor 2027:

  • Het heffingsvrij vermogen stijgt iets, naar € 60.098 per persoon.

  • De vrijstelling voor groene beleggingen gaat fors omlaag, naar € 200 per persoon.

  • Het tarief blijft 36%.

Sinds 2025 kun je in de aangifte kiezen voor het werkelijke rendement, als dat lager is dan het forfaitaire rendement. Dit stelsel is duur voor de schatkist, omdat het voor de meeste belastingplichtigen gunstig uitpakt. Voor vastgoedeigenaren is box 3 juist ongunstig. Zij mogen bij het berekenen van een lager werkelijk rendement namelijk geen rekening houden met onderhoudskosten.

Box 3 vanaf 2028: nog onduidelijk

In de Eerste Kamer is veel kritiek op de Wet werkelijk rendement box 3, die de Tweede Kamer al heeft aangenomen. Een meerderheid wil liever een vermogenswinstbelasting. Dan betaal je pas belasting over de waardestijging als je iets verkoopt.

Het huidige wetsvoorstel is voor een deel een vermogensaanwasbelasting. Daarbij wordt de waardestijging jaarlijks belast, ook als je nog niets hebt verkocht. Dat raakt vooral beleggers in effecten. Vastgoed is hiervan uitgezonderd. In afwachting van eventuele wijzigingsvoorstellen op Prinsjesdag heeft de Eerste Kamer de stemming over het wetsvoorstel uitgesteld.

Vier routes voor de toekomst van box 3

Het kabinet heeft nog geen wijzigingsvoorstel kunnen indienen. In een brief beschrijven de minister en de staatssecretaris van Financiën vier mogelijke routes om de box 3-heffing beter te laten aansluiten bij het werkelijke rendement. De komende maanden zoekt het kabinet naar een breed gedragen oplossing voor box 3 en naar dekking voor de kosten die daarbij horen. Ook de gewenste afspraken over een sociaal akkoord spelen daarbij een rol.

Vertrekpunt in de brief is de invoering van de Wet werkelijk rendement box 3 per 1 januari 2028. Om dat vertrekpunt aan te passen, noemt de brief vier mogelijkheden. Elk daarvan heeft nadelen:

  1. Verbeteringen binnen de Wet werkelijk rendement box 3.

  2. De Wet werkelijk rendement box 3 als tussenstap per 2028, gevolgd door een volledige vermogenswinstbelasting per 2030.

  3. De Wet werkelijk rendement box 3 intrekken en in 2030 in één keer overstappen op een volledige vermogenswinstbelasting.

  4. Versneld invoeren van een vermogenswinstbelasting: per 2028 voor financiële instrumenten en vanaf 2030 ook voor het overige vermogen.

Box 3 blijft voorlopig een bewegend doel. Wacht met grote stappen, maar benut wel de ruimte die je dit jaar nog hebt. - drs. Wim de Kok, partner bij Lansigt
Wat nu? Eindejaarstips voor box 3

Tijdens de behandeling van de Prinsjesdagstukken moet de komende maanden blijken of het minderheidskabinet, de Tweede Kamer of de Eerste Kamer toch nog voor wijzigingen per 2027 zorgt. Welke box 3-regels vanaf 2028 gelden, wordt naar verwachting pas over een half jaar duidelijk.
Het is daarom nog niet nodig om overhaaste beslissingen te nemen over je box 3-vermogen. Denk je bijvoorbeeld aan een bv speciaal voor je beleggingen? Voor de meeste beleggers is het verstandiger om daar nog mee te wachten.

Zoals ieder jaar is het wel zinvol om te bekijken of je je box 3-heffing per 1 januari 2027 kunt beperken. Dat kan bijvoorbeeld door nog dit jaar:

  • consumptieve uitgaven te doen;

  • te schenken;

  • een lijfrentestorting te doen.

Heb je al een bv? Bekijk dan of het gunstig is om bepaalde laagrenderende beleggingen over te hevelen naar de bv. Wil je weten wat dit betekent voor jouw persoonlijke situatie? Neem dan contact op met je belastingadviseur van Lansigt.

drs. Wim de Kok