Al jaren is iedereen het erover eens dat de regels voor aftrek van hypotheekrente in de inkomstenbelasting veel te ingewikkeld zijn geworden. Ook is er al jaren strijd in de politiek en in de wetenschap over de vraag of de aftrek van hypotheekrente afgeschaft moet worden. Het nieuwe kabinet heeft in het Coalitieakkoord vermeld: “Om het eigen huis betaalbaar te houden en rust op de woningmarkt te bewaren blijft de fiscale behandeling van de eigen woning ongewijzigd.”
Die rust is al snel verstoord, want de laatste maanden zijn er toch diverse discussies over de aftrek van hypotheekrente ontstaan. In dit artikel noemen we de belangrijkste discussiepunten en gevolgen. Gemakshalve noemen we het hier “hypotheek”, maar het geldt voor alle eigenwoningschulden, dus ook schulden zonder notariële hypotheekakte.
Verruiming hypotheekrenteaftrek?
Al snel na het aantreden van het nieuwe kabinet Jetten op 23 februari 2026 verschenen er berichten dat het gevolg van de kabinetsplannen een verruiming van hypotheekrenteaftrek betekent. Dit zit zo. Sinds enkele jaren wordt de hypotheekrente afgetrokken tegen het tarief van de 2e schijf in de inkomstenbelasting, in 2026 is dat 37,56%. Vanwege andere maatregelen is het kabinet van plan dat belastingtarief te verhogen om meer belastingopbrengsten te krijgen. Het gevolg is dat die verhoging tevens tot gevolg heeft dat de aftrek van hypotheekrente meer oplevert voor eigenaren van een eigen woning.
De geplande tariefsverhoging betreft overigens slechts 0,93%. Per persoon gaat het gemiddeld om enkele tientjes per jaar extra belastingteruggaaf over de hypotheekrente. Voor de Staatskas gaat het totaal om € 281 miljoen. Oppositiepartijen hebben een motie ingediend om die verruiming te voorkomen door het maximale aftrekpercentage te verlagen of het eigenwoningforfait te verhogen. Regeringspartijen D66 en CDA stemden voor die motie. De VVD stemde tegen en stelt “afspraak is afspraak” en dat dus niets veranderd mag worden aan de systematiek van de hypotheekrenteaftrek en dat de tariefswijziging ook voor inkomen geldt en dus geen specifieke verruiming van de hypotheekrenteaftrek is.
30-jaarsprobleem
Enkele weken geleden heeft het Ministerie van Financiën een rapport gepubliceerd over het zogenaamde 30-jaarsprobleem met de hypotheekrenteaftrek. Dat probleem kwam vervolgens breed in de publiciteit. Sinds 2001 geldt wettelijk dat hypotheekrente maximaal 30 jaar aftrekbaar is. In de meest eenvoudige situatie heeft iemand al sinds 2001 dezelfde aflossingsvrije hypotheek. Dan is vanaf 2031 de gehele hypotheekrente niet meer aftrekbaar in box 1. Maar in de praktijk is het bijna altijd ingewikkelder en zijn er onder andere door verhuizing gewijzigde hypotheken of extra leningen waarvoor een nieuwe 30-jaarstermijn is gaan lopen. Vaak is de aanvankelijke hypotheek ook al (fors) afgelost. Zowel voor belastingplichtigen als voor de Belastingdienst is meestal niet meer duidelijk welk hypotheekbedrag van 2001 nog resteert in de huidige hypotheekschuld.
In het rapport worden diverse oplossingen voorgesteld waaronder afschaffen van renteaftrek voor oude hypotheken (van vóór 2013 toen nog geen annuïtaire aflossing vereist was). Het probleem is al jaren bekend en onder fiscalisten is er steeds van uitgegaan dat er voor 2031 wel een goede redelijke oplossing komt. Maar het kabinet moet nog met een reactie en voorstellen komen.
Geen 30-jaarsprobleem dankzij nieuwe box 3?
Inmiddels heeft hoogleraar fiscale economie Edwin Heithuis een prikkelende column geschreven: “Er is geen 30-jaarsprobleem met de hypotheekrenteaftrek!”. Hij wijst erop dat hypotheken die vanaf 2031 geen renteaftrek meer opleveren in box 1 (tegen 37,56% in 2026) zullen verhuizen naar box 3 en daar geldt volgens de plannen voor een nieuwe box 3 een aftrek van rente tegen 36% (overigens ook voor rente van consumptieve schulden etc.). Dus wie nog een oude hypotheek heeft gaat er na overheveling van box 1 naar box 3 vanaf 2031 (of een later einde van de 30-jaarsperiode) nauwelijks op achteruit.
Een nuancering is wel dat voor renteaftrek in box 3 voldoende box 3-inkomen nodig is om die renteaftrek te kunnen benutten. Er is dus een voldoende fors vermogen met rendement in box 3 nodig. Dat heeft niet iedere eigenwoningbezitter. Heithuis oppert daarvoor onder andere als oplossing de 30-jaarstermijn in box 1 te schrappen of compensatie van box 3-verlies met box 1-inkomen mogelijk te maken.
Politiek aan zet
De Eerste Kamer is nog bezig met het wetsvoorstel over de nieuwe box 3 die vanaf 2028 moet gaan gelden. Daarnaast is er zelfs binnen de coalitie verdeeldheid over de toekomst van de hypotheekrenteaftrek. Daarbij komt ook nog het “30-jaarsprobleem”. Bij alle keuzes en oplossingen spelen grote gevolgen voor de Staatkas een rol en allerlei wensen voor andere uitgaven .De Staatssecretaris van Financiën en het kabinet zullen ook op dit terrein flink aan de slag moeten met wetsvoorstellen en zoeken van steun van een meerderheid daarvoor in beide Kamers.
We houden de ontwikkelingen in de gaten! Voor vragen over de gevolgen in uw persoonlijke situatie kunt u terecht bij uw belastingadviseur van Lansigt.