Steeds meer mensen kiezen ervoor om naast hun reguliere baan reservist te worden bij Defensie. Misschien speelt dit ook binnen jouw organisatie. Maar wat betekent het als een werknemer zich als reservist inzet? Moet je daarvoor verlof geven, betaal je het salaris door en wat gebeurt er als de werknemer tijdens de inzet arbeidsongeschikt raakt?
De huidige wetgeving geeft nog niet op al deze vragen een eenvoudig antwoord. Daarom is het belangrijk om vooraf duidelijke afspraken te maken.
Twee werkgevers
Een reservist combineert zijn reguliere baan met een aanstelling als militair bij Defensie. De werknemer heeft daarmee feitelijk twee werkgevers: de civiele werkgever en Defensie.
Reservisten worden onder normale omstandigheden niet verplicht opgeroepen. Wel moeten zij jaarlijks deelnemen aan militaire opleidingen, oefeningen en inzet. Die activiteiten kunnen 's avonds of in het weekend plaatsvinden, maar ook tijdens de normale werktijd.
Vindt de inzet tijdens reguliere werktijd plaats? Dan moeten werkgever en werknemer afspraken maken over de afwezigheid. Denk bijvoorbeeld aan het opnemen van vakantiedagen, onbetaald verlof of een bijzondere verlofregeling. Er bestaat op dit moment geen algemeen wettelijk recht op betaald verlof voor werkzaamheden als reservist.
Reservist zijn als nevenwerkzaamheid
Werkzaamheden als reservist kunnen arbeidsrechtelijk als nevenwerkzaamheden worden beschouwd. Een werkgever kan nevenwerkzaamheden niet zonder meer verbieden. Daarvoor moet een objectieve rechtvaardigingsgrond bestaan.
Het is daarom verstandig om niet alleen naar een eventueel nevenwerkzaamhedenbeding te kijken, maar vooral samen afspraken te maken. Bijvoorbeeld over de omvang en planning van de inzet, verlof, bereikbaarheid en de terugkeer na een langere periode bij Defensie.
Let daarbij ook op de Arbeidstijdenwet. De uren die een werknemer bij verschillende werkgevers werkt, tellen in beginsel bij elkaar op. Werkzaamheden als reservist in de avond of het weekend kunnen dus gevolgen hebben voor de arbeids- en rusttijden bij de reguliere werkgever. Voor bepaalde militaire werkzaamheden gelden uitzonderingen.
Tegemoetkoming bij langdurige inzet
Wordt een werknemer voor langere tijd als reservist ingezet? Dan kan de werkgever onder voorwaarden aanspraak maken op een financiële tegemoetkoming van Defensie.
Bij een aaneengesloten inzet van minimaal drie maanden en ten minste 24 uur per week bedraagt de tegemoetkoming € 55 per werkdag. De vergoeding geldt voor maximaal vijf dagen per week en gedurende maximaal één jaar.
Het gaat om een bijdrage in de kosten die samenhangen met de afwezigheid van de werknemer. Denk bijvoorbeeld aan kosten voor vervanging. De regeling is niet bedoeld als volledige compensatie van loon- of vervangingskosten.
Wat als je werknemer arbeidsongeschikt raakt?
Een belangrijk aandachtspunt ontstaat wanneer een reservist tijdens zijn werkzaamheden voor Defensie gewond of arbeidsongeschikt raakt.
Op dit moment blijft de civiele arbeidsrelatie in beginsel leidend voor de regels rond loondoorbetaling bij ziekte en re-integratie. Daardoor kan een civiele werkgever te maken krijgen met financiële en re-integratieverplichtingen terwijl de arbeidsongeschiktheid tijdens werkzaamheden voor Defensie is ontstaan.
Defensie kent daarnaast aanvullende voorzieningen voor militairen, waaronder reservisten. Toch kan de verdeling van verantwoordelijkheden in de praktijk complex zijn.
Juist dit punt is voor het kabinet aanleiding om de rechtspositie van reservisten en hun werkgevers opnieuw te bekijken.
Nieuwe regels in voorbereiding
Het kabinet wil de positie van reservisten bij hun reguliere werkgever verduidelijken en versterken. Onder meer wordt gekeken naar:
betere ondersteuning van werkgevers bij ziekte en arbeidsongeschiktheid als gevolg van militaire werkzaamheden;
een specifieke ontslagbescherming voor reservisten;
een passende verlofvorm voor inzet als reservist; en
verruiming van de tegemoetkomingsregeling voor werkgevers.
De ambitie is om de nieuwe maatregelen per 1 januari 2029 in werking te laten treden. Voorlopig blijft de bestaande wet- en regelgeving dus het uitgangspunt.
Maak vooraf duidelijke afspraken
Heeft een werknemer zich aangemeld als reservist of overweegt hij of zij dat te doen? Wacht dan niet tot de eerste oefening of inzet voor de deur staat.
Leg vooraf vast welke afspraken gelden voor verlof en loondoorbetaling, hoe de inzet wordt afgestemd met het reguliere werk, hoe wordt omgegaan met arbeids- en rusttijden en wat er gebeurt bij langdurige inzet. Controleer daarnaast of de cao of arbeidsvoorwaardenregeling al bepalingen over reservisten bevat.
Zo weten werkgever en werknemer waar zij aan toe zijn en voorkom je discussie op het moment dat de werknemer daadwerkelijk wordt ingezet.
Ook werkgevers dragen bij aan hogere defensie-uitgaven
Los van de arbeidsrechtelijke gevolgen krijgen werkgevers vanaf 2027 ook financieel te maken met de hogere defensie-uitgaven. Het kabinet introduceert hiervoor de zogenoemde vrijheidsbijdrage.
Voor werkgevers wordt deze bijdrage ingevuld via een verhoging van de Aof-premie. Hiermee wil het kabinet in 2027 € 1,5 miljard ophalen en vanaf 2028 structureel € 1,7 miljard per jaar. Burgers dragen in 2027 eveneens € 1,5 miljard bij via een beperktere inflatiecorrectie in de inkomstenbelasting. Vanaf 2028 loopt hun structurele bijdrage op tot € 3,4 miljard.
Vragen over een werknemer die reservist is?
Wil een werknemer reservist worden of is hij of zij dat al? Dan is het verstandig de afspraken vooraf goed vast te leggen. Ons Team Loon & Advies denkt graag met je mee over de arbeidsrechtelijke gevolgen en de afspraken die passen bij jouw organisatie.